Archive for September, 2019

Yoga is een leeg omhulsel geworden (NRC artikel)

https://www.nrc.nl/

Gösta van Dam (57) geeft met zijn partner al twintig jaar les in yoga. Hij heeft de industrie zien veranderen. „Het is een miljardenbusiness geworden, dat is ziekelijk.”

Door onze redacteur Rosan Hollak Foto Roger Cremers
‘Waarom mensen massaal aan de yoga gaan? Vanwege het strakke lichaam en de mooie billen die je erdoor krijgt. En ja, het geeft energie. Maar yoga is wel een leeg omhulsel geworden.”

Wie bij Gösta van Dam (57) op de yogamat komt liggen, wordt niet zacht aangepakt. Iedere les begint hij met een verhandeling, soms uitmondend in een tirade. Hij wijst op de vercommercialisering van de yoga-industrie of gaat los op het belang van ‘geweldloosheid’. En wie begint te steunen of te klagen tijdens een pose, wordt met humor uitgedaagd. ‘Heb je het zwaar, schatje?’

Dat Van Dam zo uitgesproken is, heeft te maken met zijn eigen levensgeschiedenis. Lang voor de huidige hype begon hij, samen met zijn echtgenoot Patrick Vermeulen, yogastudio Svaha Yoga Amsterdam. Maar het echte verhaal begon al eerder, in 1989, toen hij naar de VS vertrok. „Ik had kort de modeopleiding gevolgd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, maar ik vond de sfeer niet fijn, het was niks voor mij. Ik wilde weg uit Nederland, naam maken.” Via kennissen kwam hij in contact met mensen uit de New Yorkse mode-industrie. Hij begon kleding te ontwerpen – ook al had hij geen verblijfsvergunning – en binnen een paar jaar hing zijn merk GOSCH in Amerikaanse luxe warenhuizen als Barneys en Bendel. „Ik vloog de wereld over, stond in bladen, mijn shows zaten vol met van die mooie Puerto Ricaanse dragqueens.”

Het was midden jaren negentig, de periode van heroin chic en bruisende feesten in lege fabriekshallen. Samen met zijn beste vriendin hield hij er een ‘junky lifestyle’ op na. „Keihard werken en iedere nacht feest. Club Mars in het Meatpacking District was the place to be .” Hij begon de dag met een literfles wodka. „En we snoven als een gek. Onze dealer zat in het penthouse van het Chelsea Hotel. Daar zat half Hollywood, maar ook van die Wall Street-types, iedereen was aan de heroïne en de coke. ”

Madonna en Sting waren er ook

In diezelfde periode ging zijn vriend en latere echtgenoot Patrick voor het eerst naar yogastudio Jivamukti vlakbij St. Mark’s Place. „Zat ik iedere ochtend volgesnoven achter mijn tekentafel met een liter koffie en een fles wodka. Ondertussen kwam Pat elke keer thuis met zo’n blije smoel, écht happy. Ik kon hem wel op zijn bek rammen.” Er volgde een periode van ruzie en onbegrip. Hoe harder zijn geliefde hem aanspoorde om mee te gaan, des te steviger zette hij zijn hakken in het zand. „Ik zei: ‘Rot op. Jij bent van de hippies, ik doe mode. Ik ga niet naar een zaal vol wijven met hangtieten en okselhaar!” Dat veranderde op de dag dat een mooie vrouw zijn winkel binnenliep. „Ze was echt bloedmooi. Ik dacht: hoe kent Pat haar? Bleek het zijn yogaleraar te zijn.”

Zijn nieuwsgierigheid was gewekt en een paar dagen later ging hij mee naar yogales. „Mijn bek viel open. De zaal zat vol met modellen, iedereen mooi en slank en onder de tattoos. Knetter-hip! Madonna en Sting lagen er soms ook op de mat.”

Die eerste les was Vinyasa flow, een serie houdingen in hoog tempo op muziek en afgewisseld met spirituele teksten. „Ik kreeg ongelofelijk op mijn lazer. Het was spiritueel, alsof de leraar recht in mijn ziel keek, en fysiek superzwaar. Ik ben een sporter, deed voorheen aan hockey, tennis, zwemmen, maar dit had ik nog nooit meegemaakt. Aan het einde was ik helemaal kapot. Echt te gek. Ik was om.”

Tienduizenden dollars

In 1995 sloeg het noodlot toe. „Na mijn show in het Plaza Hotel kwamen er acht inkopers op me af, strak gekleed, met enorme aktetassen. Ze beweerden voor een grote winkelketen te werken en begonnen kleding aan te wijzen: ‘We willen twintig van die, dertig van die, veertig van die… Honderden stuks. In alle kleuren en maten.” Hij moest binnen een paar weken leveren. „Ik moest het zelf voorschieten: tienduizenden dollars aan stof, plus de kosten om de kleding te laten maken. Een enorme investering.” Hij leende geld en ging aan de slag. „Een tyfuswerk, maar ik had het op tijd af. Ik moest het opsturen naar een adres van een warenhuis in New Jersey. Na levering zouden ze binnen dertig dagen betalen. Ik wachtte keurig een maand. Niets. De 31ste dag pakte ik de telefoon. Bleken ze niet te bestaan.” Van de ene op de andere dag ging hij failliet. „Mijn grote droom was in één middag om zeep geholpen. Zat ik daar, illegaal, met een enorme schuld. Ik kon niet naar de politie, ik kon helemaal niets.”

Hij trok definitief de stekker uit zijn bedrijf, verkocht zijn naaimachines en doneerde de kleding aan een liefdadigheidsinstelling. Vanaf dat moment ging hij dagelijks met Patrick naar de yoga. „Lessen waren niet duur. In het begin stonden we nog heroïne te snuiven in het toilet van de studio. En dan apestoned die les in. Als je aan de heroïne bent, voel je niks, je kan zo diep gaan als je wilt. Dat voel je misschien de volgende dag, maar dan snuif je weer door.”

Een tijdlang leefde hij zo verder. „Yoga en heroïne. Ik hield van allebei. Maar naarmate ik meer in de yoga ging, veranderden mijn behoeftes. Het verlangen naar drank en drugs nam af. Op een gegeven moment deed ik het niet meer.”

Begin 1998 kreeg de man van zijn moeder alvleesklierkanker. „Drie maanden later was hij overleden. Ineens stond mijn moeder er alleen voor. Dus ik dacht: ik ga helpen.” Hij verruilde zijn pand op Staten Island voor een verdieping in Amsterdam. Patrick volgde drie maanden later. „We vielen in een gat. We wilden door met yoga, maar in Amsterdam waren in die tijd maar een paar yogascholen en hun lessen waren saai en technisch. Niks hip, hot , en holy .” Na een korte opleiding bij het Iyengar Yoga Institute Amsterdam, waar ze de basistechnieken leerden, openden ze in 1999 hun eigen yogastudio. „Op de Herengracht konden we, voor vijftig gulden, iedere dinsdagavond een kelder huren. Daar kwam dus geen hond op af. Waren we best blij mee, want dan konden we lekker een jointje roken en een ijsje eten.” Pas toen ze via via in contact kwamen met de manager van Clubsportive veranderde de situatie. „Ineens hadden we werk. Hingen er posters in de stad met ‘Poweryoga Duo uit New York’. Daarna kwamen de mensen ook naar onze studio.”

Prijzig en elitair

Inmiddels geven ze twintig jaar les, hun eerste yogastudio bestaat vijftien jaar. Sinds een paar jaar hebben ze ook twee andere panden in Amsterdam. „We hebben honderden leden, de lessen zitten bomvol. Maar ik kijk met verbazing naar wat er om ons heen gebeurt.” Yoga is een miljardenbusiness geworden, zegt hij, en dat is ‘ziekelijk’. „Alleen al in Amsterdam zitten meer dan vijftig yogascholen. Lessen zijn prijzig, het is elitair. Neem Lululemon, een bedrijf dat yogabroekjes verkoopt voor 130 euro. Waarom moet dat zo achterlijk duur zijn? Dit soort bedrijven teren op de zakken van mensen die hun leven willen veranderen. Het gaat wel om een groep die zich toch al onzeker voelt over het leven.”

Hij doelt op de vele mensen met fysieke en psychische klachten die bij hem aankloppen. „De helft van de mensen die bij ons komen zit erdoorheen. Ze hebben werk- of relatiestress, willen de stad uit, noem maar op. Tegenwoordig noemen we dat een ‘burn-out’, maar in feite is dat een vergaarbak aan vage klachten. Mensen krijgen pillen, gaan naar fysiotherapie, raken uitbehandeld, dan komen ze naar ons. Ze krijgen zelfs briefjes mee van de huisarts.” Bij yoga hervinden mensen zichzelf, zegt hij, maar ze stuitten vaak ook op een grens. „Yoga gaat over het controleren van lichaam, geest en ademhaling. Maar dat deel over de geest wordt in het Westen nauwelijks aangeraakt.”

Wil je echt weten waar yoga voor staat, dan moet je de yogasutra’s van de Indiase geleerde Patanjali kennen, meent hij. „Hierin worden de acht geledingen van yoga beschreven. De eerste, onthouding, heeft als hoogste principe ‘ahimsa’: geweldloosheid. Dat houdt in dat je vegetariër bent.” Begint hij hierover in de les, dan staat iedereen op zijn achterste benen. „Want yoga moet ‘leuk’ blijven. Maar yoga gaat over de samenleving, over politiek, ik heb de verantwoordelijkheid om jou te vertellen over dit soort principes.”

Hetzelfde geldt voor ‘aparigraha’: vrij zijn van bezitzucht. „Als ik in de klas vraag wie er dertig paar schoenen in de kast heeft staan, steekt de helft zijn hand omhoog. Dat is toch absurd?”

Welke principes houdt hij als leraar hoog? „Ik ben vegetariër en geef iedere vrijdag een gratis yogales. Verder doe ik niet aan yogaretreats in het buitenland. Veertig keer per jaar naar Ibiza vliegen om daar les te geven, kom op zeg!”

Toch worstelt hij ook met zijn rol. „Laatst hield ik weer een hele verhandeling over Lululemon. Toen dacht ik: Jezus Gös, je zit zelf yoga te verkopen. Alle mensen hier hebben een les of een abonnement bij je gekocht. Je verdient eraan. Dat gaat dwars tegen de leer in. Dat was een keiharde confrontatie. Ik kan het niet goedpraten.”

About a yogi

A person is said to be established in self-realization and is called a yogī [or mystic] when he is fully satisfied by virtue of acquired knowledge and realization. Such a person is situated in transcendence and is self-controlled. He sees everything – whether it be pebbles, stones or gold – as the same. Bhagavad Gita