ademoefeningen

ADEM

Het leven speelt zich af tussen de eerste inademing en de laatste uitademing. Adem is leven. Leven is het bewust worden en het denken. Wie zijn adem beheerst, beheerst zijn denken ook. Vijf lagen van ons bestaan zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Elke gedachte geeft een emotie en elke emotie een ander ademritme. Door rustiger te ademen kalmeer je ook het brein. We ademen snel en oppervlakkig wanneer we gestrest zijn. Wanneer wij ons veilig voelen, ademen we diep, langzaam en ontspannen. Adem en denken weerspiegelen elkaar. 

Adem verloopt in vier fases: 

– inademing;

– vasthouden van de adem;

– uitademing;

– leegte (fase tussen de uitademing en de volgende inademing).

De uitademing zou twee keer langer moeten zijn dan de inademing.

 

 

PRANAYAMA

Pranayama is het beheersen van de prana of levenskracht. De prana wordt via de neus ingeademd en stroomt door de energiekanalen, nadi’s genoemd. Alleen door de mond ademen beperkt het functioneren van de vitale organen. Er zijn vele ademhalingsoefeningen die je dagelijks kunt doen om jezelf gezond, energiek en vitaal te houden. Ujjayi ademhaling is voor het verminderen van de stress, bhastrika is voor meer energie, kapalabhati is voor het verhogen van het verteringsvuur enz. Door de nadi shodhana pranayama kunnen wij de rechter of linker hersenhelft activeren en beide hersenhelften in balans brengen. De eerste stap is het bewust worden van onze adem. Het beste kunnen we dat oefenen als we aan het sporten zijn. We hebben dan ineens veel meer zuurstof nodig. Denk aan het hardlopen, hiking in hoge bergen of zwemmen. Meestal ademen wij onbewust. Yoga, sport en ademhalingsoefeningen zijn een goede manier om meer bewust te worden van onze adem.

 

 

ADEMOEFENINGEN

We leven zolang er adem is in het lichaam. Zonder adem is er geen leven mogelijk. In verschillende delen van het lichaam heeft de adem een andere functie. De verschillende plaatsen waar de adem zich naartoe beweegt worden vayu’s, ademrichtingen genoemd. Er zijn vijf belangrijkste vayu’s. Deze zijn: prana, apana, samana, udana en vyana vayu. Prana vayu is verantwoordelijk voor de gaswisseling; apana vayu voor het bekken; samana vayu heeft te maken met de vertering van het voedsel; udana vayu is voor het hoofd en vyana vayu voor de bloedcirculatie. Vyana vayu werkt in alle richtingen, door het hele lichaam. Met de ademoefeningen reguleren we de stroom van alle vijf vayu’s.

Wanneer de Prana en de Apana, twee goedgunstige krachten van de mensheid, met volle kracht beginnen te werken, dan kunnen zij de ziel, de heer van dit lichaam, losmaken van alle mogelijke banden, zowel hoge als lage. – Atharva Veda

 

 

De ‘volle adem’ oefening

Als kind ademt iedereen volledig. Met de jaren ervaren we steeds meer stress en daardoor gaan we steeds oppervlakkiger en voornamelijk vanuit de borst ademen. Volwassenen gebruiken maar 30% van hun longcapaciteit. Op die manier blijven te veel gifstoffen in ons lichaam vastzitten. Het is belangrijk om de adem terug te brengen naar de buik, waar emoties opgeslagen zijn. Aan het begin kan het onnatuurlijk aanvoelen. De volle ademoefening is goed om de volle capaciteit van je longen te leren gebruiken. Dat is ook je natuurlijke recht. De volle adem werkt alleen wanneer we lichamelijk en geestelijk ontspannen zijn. Om te leren ontspannen en zo dieper te ademen, kun je beginnen om de uitademing steeds langer te laten duren. Het lichaam komt in een toestand waarin het parasympathische zenuwstelsel actiever wordt. Een diepere ontspanning volgt. Met de volle adem gebruik je de volledige capaciteit van je longen.